© Fotoweberei & Schloß Wernigerode GmbH

Drübeck kloosterkerk

1846

Het motief

Wie het kloosterterrein vanuit het zuidwesten betreedt, naast het nieuwe gebouw van het Eva Hessler Huis, heeft precies dit schilderachtige uitzicht op het imposante westwerk van de voormalige benedictijner kloosterkerk van Drübeck. Het bouwwerk stamt uit de 12e eeuw, met oorsprong die teruggaat tot keizer Otto. Opgetrokken uit dikke kalksteenblokken is het gebouw slechts spaarzaam versierd. Als een herkenningspunt ligt het aan de noordelijke helling van de Harz, tussen de schilderachtige plaatsen Wernigerode en Ilsenburg, en toch werd het maar zelden afgebeeld. Die weinige schilders begrepen echter als eersten dat de romaanse architectuur in de Harz iets heel unieks is. Als een snoer van parels liggen de rijkskloosters rond de Harz: Halberstadt, Quedlinburg, Gernrode, Memleben ….

Elise Crola had geen uitgesproken interesse in de middeleeuwen, ze is een schilder en geen architectuurhistorica. Maar door haar nauwkeurige weergave komt een tegenstelling naar voren tussen het alledaagse en de grootse architectuur. Een motief dat ze overigens meerdere keren maakte, waarvan dit exemplaar het mooiste is.

 Drübeck, Crola
© Schloß Wernigerode GmbH
Elise Crola

Kunstenaar

1846

ontstaan

Grafiet, licht gewit

18,8 x 17,9 cm

uit de collecties van Schloss Wernigerode GmbH

.

Wandeltip

Door Drübeck lopen de Kloosterwandelroute en de Romaanse Straat. Na de rondgang door het kloostercomplex en het bekijken van de antieke kapitelen wordt een wandeling naar de Schäferberg aangeraden, vanwaar je vooral ’s avonds een prachtig uitzicht hebt over Drübeck en tot aan Wernigerode.

Over de kunstenaar

Elise Crola (1809-1878) is een geweldige tekenares. “Mijn vrouw heeft in elk oog een camera,” zei Georg Heinrich Crola over haar, zo zeker, krachtig en toch luchtig tekende ze mensen en dieren even uitstekend als natuur of architectuur. Toch heeft ze nooit een academie bezocht, omdat dat voor vrouwen niet was toegestaan. De bekende schilder Wilhelm Schadow had Elises vader op haar talent gewezen. Haar vader was bankier, hield een huis open voor kunst, en zij kreeg tekenles in Berlijn. Geluk voor haar. Daar leerde Georg Heinrich Crola haar kennen als de schilderende, gescheiden vrouw van Weyer. Tot hun verbazing ontdekten ze hun gezamenlijke liefde voor Ilsenburg. Later werd hij haar tweede echtgenoot en ze verhuisden hierheen. Dat was in 1840. In de bijna drie decennia die volgden, was hun huis een ontmoetingsplek voor vrienden en kunstenaars, vooral uit Berlijn en Dresden. Het paar had vijf kinderen. Elise was diep religieus, maar op een nooit prekerige manier. Het goddelijke was voor haar overal in de natuur te vinden; ze wendde zich tot de mens en hielp haar naaste. Toen ze in 1878 op 68-jarige leeftijd stierf, was er in Ilsenburg waarschijnlijk niemand die niet om haar rouwde.

Georg Heinrich Crola schreef over zijn eerste ontmoeting met zijn toekomstige vrouw in zijn memoires.

De Crola’s en Ilsenburg

Het graf van Elise en Georg Heinrich Crola op de begraafplaats van Ilsenburg is bewaard gebleven. Een gedenkplaat aan hun woonhuis, een wandelpad en een permanente tentoonstelling van hun werken in het Industrie- en Hüttenmuseum Ilsenburg herinneren aan hen. Maar Elises „Erinnerungsblätter“, die als afschrift bewaard zijn gebleven in de Harzbücherei, wachten nog steeds op een uitgave, net als haar artistieke werk. Hun eerste kennismaking heeft Georg Heinrich Crola later als volgt beschreven: „Direct bij het binnengaan ontmoetten we in de gang van het huis een dame die [mijn vriend Carl] Hübner mij voorstelde als mevrouw v. Weiher. Ik was aangenaam verrast dat ik de kunstenares, over wie ik in Ilsenburg had gehoord, zo vrijelijk kon zien en spreken. Ze sprak mij ook aan als een naam die haar bekend voorkwam. Toen ze hoorde dat ons bezoek bedoeld was voor de schilderijencollectie van haar ouders, leidde ze ons naar de kamers van de afwezige familie Fränkel, waar we even gingen zitten en over Ilsenburg spraken. Ze sprak met zichtbaar genoegen over deze plaats en de Harz in het algemeen, en noemde met dankbare woorden de familie Nieter, bij wie ze als een thuisloze vreemdeling een vriendelijke ontvangst had gevonden, en ze zei gelukkig te zijn dat ze zich dankzij deze familie had kunnen onttrekken aan het lawaai en de luxe van de grote wereld. Ze verlangde er nu alweer naar haar stille kamertje in het Brauhaus in Ilsenburg terug te zien, daarom had ze haar terugreis al voor de volgende dag gepland. Wat mij bij deze door vriendelijkheid bepaalde vrouw het meest imponeerde, was haar hoge graad van intellectuele vorming, die gepaard ging met een ogenschijnlijk heldere en zelfbewuste onafhankelijkheid (….)“.

Ter vergelijking

Anton von Werner, Kloosterkerk vanuit het noordoosten, 1878, gewreven houtskool, 21,1 x 30,4 cm, uit de collecties van Schloss Wernigerode GmbH

Drübeck, Werner
© Schloß Wernigerode GmbH

Anton von Werner (1843-1915) was vooral een historieschilder en hierin bijzonder succesvol in het keizerlijke Berlijn van het wilhelminische tijdperk. Hij verwierf geld en invloed, en stond bekend als “flink”. Vooral hield hij van de moderne kunst. Dat is de reden waarom hij niet erg gewaardeerd wordt; een monografie ontbreekt al jarenlang. Eén ding moet je hem nageven: hij had talent. Dat blijkt ook uit deze onpretentieuze tekening die hij maakte tijdens een vakantie in de Harz in 1878.

Anoniem, Ilsetal met kloosterkerk Drübeck, ca. 1850, olieverf op doek op karton, 23,5 x 32,5 cm, Harzmuseum Wernigerode, inv.nr. K 3205

Drübeck, Anonym
© Harzmuseum Wernigerode

Deze anonieme kunstenaar heeft de kloosterkerk van Drübeck monumentaal iets dichter bij de Ilsestein geplaatst – een uitzicht dat zo niet bestaat, maar dat prachtige mogelijkheden biedt voor een zichtlijn van romaanse architectuur over rotsen tot aan de Brocken.