Het stralende licht en de verwarmende gloed, samen met het mysterieuze schouwspel van de „fakkeldragers“ en de gelukbrengende „zwartmakers“, wekken elk jaar opnieuw nieuwsgierigheid naar de oorsprong van deze tradities. En ze maken dat je zelf eens wilt meedoen.
Wanneer bij het invallen van de duisternis met Pasen in veel plaatsen in de Harz de brandstapels worden aangestoken, staat de Harz „in vlammen“.
In principe diende het gebruik om een vuur aan te steken om de winter te verdrijven. Waarschijnlijk geloofde men dat het vuurlicht het ontkiemende zaad tegen boze geesten zou beschermen. Zo golden de vuren als een rituele handeling om vruchtbaarheid, groei en oogst te verzekeren. In veel plaatsen in de Oberharz worden paasvuren al honderden jaren opgestapeld als zorgvuldig gevormde brandstapels. In het midden van een houtstapel van takken en twijgen wordt een 16 tot 20 meter hoge, met een kroon versierde sparrenstam als richtboom geplaatst. Droge heggenresten en sparrentakken worden tussen steunbalken gelegd en zo ontstaat een indrukwekkende brandstapel met een diameter tot wel twaalf meter. Bovenop wordt hij afgedekt met een laag groene sparrentakken. Bij het invallen van de schemering wordt de brandstapel van binnenuit aangestoken, zodat er eerst alleen dikke rookwolken door de dalen en over de hoogten van de Harz drijven, tot de eerste vlammen door de takken breken.
Voordat het paasvuur fel brandt, zorgen het traditionele fakkelzwaaien en zwartmaken voor een bijzondere sfeer rond de brandstapel. Bij het zwaaien van de paasfakkels worden brandende houten fakkels boven het hoofd in cirkelvormige bewegingen gezwaaid. De vurige cirkels die de fakkeldragers creëren, versterken het mystieke beeld van de Harzbergen. Bij het „zwartmaken“ worden omstanders met met roet besmeurde handen in het gezicht zwart gemaakt. Dat zou geluk brengen en is vooral voor jongere bezoekers erg leuk. Rondom de paasvuren vieren gasten en inwoners samen een sfeervol feest tot diep in de nacht.