© Fotoweberei & Schloß Wernigerode GmbH

Bad Harzburg kuurpark

1868

Het motief

Ons vertrekpunt bevindt zich in het huidige kuurpark van Bad Harzburg, waar de Radau nog altijd kabbelend doorheen stroomt. Hier is het bronzen beeld van een dame op een ezel ons uitgangspunt, want het voorbeeld daarvan was een tekening van Adolph Menzel. Hij verbleef hier enkele weken in juli 1868.

De dame op de bronzen ezel is Menzels geliefde zus Emilie; op zijn tekening zie je nog haar kinderen op een andere ezel – de driejarige Otto en de vijfjarige Grete. Ook Menzels zwager, concertmeester Hermann Krigar, nam deel aan de levendige stoet van Berlijners. Op een houtsnede toont Menzel alle vier. Ezels en muildieren waren geduldiger dan paarden; ze maakten destijds deel uit van het kuuroord. Een reisgids uit 1855 noemt een aantal van 40 dieren. Ze droegen de bezoekers naar de ruïne van de Harzburg of ook naar de Brocken. Aan die oude tijden wilden de inwoners van Bad Harzburg herinneren toen ze in de zomer van 1989 het monument financierden en inwijdeden.

Harzburgs opkomst als kuuroord begon met ezels en een spoorverbinding en eindigde met een volledige ontsluiting van de mobiliteit, zodat de stadsbewoner zijn comfort uit de stad hierheen kon brengen en altijd kon gebruiken. Bad Harzburg is een typisch voorbeeld van deze ontwikkeling. In 1841 kreeg de stad als eerste in de Harz een spoorwegverbinding en al snel ontstond hiervandaan een heel spoorwegnet. In 1938 werd de vierbaansweg rechtstreeks door het oude kuuroord aangelegd.

Kurpark Bad Harzburg, Menzel
© Museum Georg Schäfer, Schweinfurt
Adolph Menzel

Kunstenaar

1868

ontstaan

Potlood op papier, gewist

14,7 x 23,5 cm

Museum Georg Schäfer, Schweinfurt

Inventarisnr. MGS 2103A

Wandeltip

Het wandelnetwerk van Bad Harzburg is dicht en uitstekend bewegwijzerd. Tijdens een wandeling van niet langer dan een uur kun je al drie stempelplaatsen van de Harzer Wandernadel bezoeken: het Elfenplein, het Kruis van het Duitse Oosten en natuurlijk de Burgberg met de gelijknamige Harzburg (483 m).

Over de kunstenaar

Adolph Menzel (1815-1905) behoort tot de belangrijkste kunstenaars van Duitsland in de 19e eeuw, en toch had deze man de lengte van een adolescent. Al op zijn zestiende, na de dood van zijn vader, nam hij als oudste zoon de steendrukkerij van zijn vader en de verantwoordelijkheid als kostwinner over. Zo kende hij alleen werk: geen vrouw of kinderen, en pas op zijn 35e maakte hij zijn eerste reizen, waar hij erg van hield – vooral met de trein. Zijn schilderijen over de geschiedenis van Frederik de Grote bepalen tot op heden hoe men deze Pruisische koning ziet. De kleine Menzel werd zelfs in de adelstand verheven en kreeg toen de titel Excellentie. Hij was er dan ook trots op dat hij dankzij zijn kunst tot de betere kringen behoorde en zich Harzburg kon veroorloven. Zijn 27 individuele Harzburg-zichten, waarvan hij een selectie ook als houtsnedeboek uitgaf, heeft hij met zijn humor gekruid. Maar vooral keek hij met zijn beroemde, scherpzinnige oog voor realiteit ook in de minder verlichte hoekjes van Neustadt-Harzburg.

Ter vergelijking

Adolph Menzel, Onder de eiken, 1868, potlood op papier, 15 x 8,5 cm, Staatliche Museen zu Berlin, Kupferstichkabinett, schetsboek 31, bl. 30/31

 Kurpark Bad Harzburg, Menzel
©  bpk Berlin Kupferstichkabinett, SMB Dietmar Katz

De drankkraam stond naast de waterpartijen aan de Radau en vormt het hart van het vroegere kuurpark “Onder de eiken”. Menzel toont het ons met oude eiken, druk bezocht met banken en tafels. Deze drankkraam bevond zich tot 1938 slechts enkele meters ten oosten van het huidige ezelmonument. Maar zijn locatie ligt nu begraven onder het asfalt van de vierbaans rijksweg.

A. Kunz naar Adolph Menzel, Uitstaprit van de familie Krigar, 1870, houtsnede, bladgrootte 44,2 x 37 cm, middenbeeld en vijf andere voorstellingen op een “Prentenblad voor jong en oud nr. 190”, “Uit de zomervakantie”, 

Kurpark, Menzel
©  Kupferstich-Kabinett, Staatliche Kunstsammlungen Dresden, Foto: Alexander Diesend

uitgegeven door Gustav Weise in Stuttgart, Staatliche Kunstsammlungen Dresden, Kupferstich-Kabinett, inv.nr. A 1915-472 

Twee weken lang verbleef Menzel in juli 1868 in Bad Harzburg. Hij had altijd zijn timmermanspotlood en schetsboek bij zich, en uit de vele schetsen werden voor dit prentenblad zes motieven gekozen en door de houtsnijder Kunz in hout gegraveerd. Op het middelste beeld van het prentenblad is de familie van zijn zus te zien, op ezels onderweg in de Harz. Daarbij hoort ook de ezeldrijver, een jongen van ongeveer 10 jaar, waarschijnlijk van de dorpsschool van Neustadt. Jongens zoals hij droegen met hun werk bij aan het onderhoud van het gezin. Het kon gebeuren dat ze niet alleen naar de Harzburg, maar zelfs twee keer per dag naar de Brocken moesten lopen. De Brocken-tocht verliep vanuit Harzburg ofwel via de Burgberg, Rabenklippe en Molkenhaus, of direct via het Molkenhaus: 1 thaler voor de ezel, 15 zilver-groschen voor de ezeldrijver op de directe route, 17 ½ zilver-groschen voor de ezeldrijver op de langere route. Kort na de eeuwwisseling werden de ezels vervangen door pony’s. – Midden jaren twintig van onze eeuw viel ook dit vervoermiddel ten prooi aan de snelheidshype. Eselsborn en Eselsstieg waren oude veldnamen die inmiddels uit Bad Harzburg verdwenen zijn.

Wat Menzel allemaal in Harzburg observeerde

Met een knipoog heeft Menzel de selectie van afbeeldingen voor het prentenblad gemaakt. Daar vereeuwigt iemand zichzelf in de stam van een beuk. Je ziet een dame van het geheime plaatsje (zoals dat tot ver na de Tweede Wereldoorlog gebruikelijk was) haastig over het erf terugkeren naar het pension. Ondertussen krabben de kippen op de mesthoop, en Menzel heeft in dit beeld maar liefst vier katten verstopt. Met oog voor het sociale voegde hij ook een afbeelding van de mandenvrouwen en karrentrekkers toe, die bij het Harzer tafereel hoorden zoals de sparren, de bergachtige afgronden en natuurlijk weer de zusterskinderen, verrukt over de groep ganzen. Linksonder toont hij ook een blik op het mondaine kuurleven in het bad- en gasthof Juliushall. De gezelschap heeft zich daar neergezet, beschermd tegen zon of regen. Er werden hapjes geserveerd, en elke zondag speelde de kapel. De natuur was het decor van deze wereld, die door de stad hierheen was overgebracht. Trouwens, de nog steeds bewonderenswaardige wandelhal van het zoutbad van Juliushall zien we niet; die werd pas in 1898 gebouwd, dertig jaar na het verblijf van Adolph Menzel.

Toen vakantie nog niet bestond

Menzel kende het woord vakantie nog niet; het werd pas rond 1900 als wettelijk vastgelegde toestemming (verlof) voor ontspanning bevochten. Drie tot zes dagen. Menzel zei „zomervreugd“, en zo noemde hij ook zijn prentenblad. Eigenlijk tekende hij altijd, dus ook hier werkte hij. Zes motieven uit zijn vele schetsen werden door de uitgever uit Stuttgart, Gustav Weise, als prentenblad uitgebracht. Menzels naam was een trekker geworden. Dit laat echter ook zien dat Menzel de drukgrafiek uit zijn jeugd zelfs als schilder op latere leeftijd niet minachtte. Een prentenblad had een hoge oplage, kostte een stuiver, ingekleurd twee. Zo’n prent kon, aan de muur van een woonkamer bevestigd, tientallen jaren verstoffen en verbleken, maar bij iedereen die het zich (nog) niet kon veroorloven, verlangen naar zomervreugd opwekken.