© Fotoweberei & Schloß Wernigerode GmbH

Baumannsgrot in Rübeland

1654

Het motief

We kijken vanaf het sierlijke paviljoen op de Hohe Kleef neer op Rübeland. Beneden stroomt de Bode. Daar, direct aan de straat, ligt ook het lage witte gebouw met de ingang van de Baumannshöhle. Onze vergelijkende schildersblik uit de beroemde uitgeverij van Matthäus Merian is meer dan 350 jaar oud, en we moeten ons eerst een beetje oriënteren. Heb je op de afbeelding de oude ingang van de Baumannshöhle ontdekt, een donker gat op een grotendeels boomloze helling, ongeveer 150 meter in vogelvlucht boven de huidige ingang? Tegenwoordig ligt die oude ingang afgesloten onder bomen en struiken op de steile helling van de Schornsteinfegerberg.

De Baumannshöhle was naast de Brocken de belangrijkste bezienswaardigheid van de Harz. Je kon er alleen kruipend in komen en er waren vijf ruimtes te bezichtigen. In 1788 werd de tegenwoordig afgesloten Bielsteinhöhle geopend, en in 1866 werd bij wegenbouw de Hermannshöhle ontdekt. Daar vond men mooiere druipstenen, die in de oudere grot al beschadigd of gestolen waren. De Baumannshöhle verloor aan aantrekkingskracht. Wanhopig groef men daar verder en vond nog meer holtes, bleef zo in gesprek bij de bezoekers en investeerde in trappen, leuningen en elektrisch licht. In 1929 werd de 74 meter lange toegangstunnel voltooid. Daarmee kreeg ook de Baumannshöhle een directe toegang vanaf de straat. Ongeveer 200.000 mensen bezoeken jaarlijks de grotten van Rübeland.

Baumannshoehle, Buno
© Schloß Wernigerode GmbH
Caspar Merian naar Conrad Buno

Kunstenaar

1654

ontstaan

Kopergravure/ets van twee platen

Bladgrootte 31,7 x 37,6 cm, beeldgrootte 36 x 23,5 cm

Inv.nr. Falk299  Topografie van het hertogdom Brunswijk-Lüneburg, Frankfurt am Main 1654

uit de collecties van Schloß Wernigerode GmbH

Wandeltip

Vol verrassingen en meer ontspannend dan de drukte in het dal is een rondwandeling om Rübeland. Naar de Hohen Kleef (stempelpost van de Harzer Wandernadel) leidt een pad dat achter het station van Rübeland omhoog gaat. Langs het Bodetal loopt de Harzer-Hexen-Stieg, die tot aan Neuwerk gevolgd kan worden. Bij de Bodebrücke verlaten we het pad naar links, en het gaat omhoog via de Krockstein, Marmormühle, langs het Blauwe Meer door een prachtig weidelandschap terug. Op de Schornsteinfegerberg is er nog een tweede schitterend uitzicht op Rübeland, dit keer boven de Baumannshöhle. De rondwandeling heeft een lengte van acht kilometer.

Over de kunstenaar

De hofschilder van Brunswijk, Conrad Buno (1613–1671), maakte drie zichten van de Baumannshöhle en daarnaast nog 200 andere afbeeldingen voor de Brunswijkse topografie van 1564. In Frankfurt am Main werden de bladen door de uitgever Matthäus Merian gegraveerd en verschenen ze in 1654 samen met een geleerde tekst als een dik boek. Het Brunswijk-deel is het beste van alle 16 Duitse topografieën, die destijds een sensationeel succes kenden en herdrukken beleefden. Ze voldeden aan de groeiende behoefte aan geografische verkenning van de wereld en aan afbeeldingen, en dat direct na de moeilijke tijden van de Dertigjarige Oorlog.

Waarom het Brunswijk-deel het beste is? Omdat de landsheer en boekenliefhebber hertog August de Jongere van Brunswijk-Wolfenbüttel het verzoek van de uitgever serieus nam. Hij wist van de economische meerwaarde van kennis en gaf zijn hofschilder de opdracht om authentieke afbeeldingen te maken, en vergoedde hem ook de kosten voor koets en logies. Drie jaar lang was Buno onderweg en schuwde geen enkele moeite. In de Baumannshöhle is hij vast zelf naar binnen gekropen.

Conflict tussen Baumanns- en Bielsteingrot

Tot het einde van de 19e eeuw kon men de vijf zalen van de Baumann-grot alleen kruipend bereiken. De ruimte die nu de laatste van de grottentour is, was destijds de eerste. Twee oude teksten laten zien hoe het er toen aan toe ging. Een reiziger beschreef in 1804 de moeilijkheden en de toeristische concurrentie: „Toen we enkele losgeraakte druipstenen bekeken, kwam onze gids zuchtend naderbij en zei: ja, zie je! Dat hebben onze vijanden gedaan. En toen we van hem een verklaring van deze voor ons mysterieuze woorden vroegen, vertelde hij dat zijn rivalen, de gidsen van de Bielshöhle, alle reizigers naar zich toe wilden lokken en daarom zelfs hier een groot aantal druipstenen hadden stukgeslagen om de oudere grot-zuster in elk geval iets van haar roem te ontnemen. Dus zelfs tot hier, in de ingewanden van de aarde, in deze eerbiedafdwingende grotten, dringt de afgunst door. (…) Dat verhaal leek me best aannemelijk toen ik na mijn terugkeer van deze reis in de kranten las dat de Bielshöhle met veel bombarie werd geprezen als beter dan de Baumannshöhle.“

Hoeveel fakkels kan een grot verdragen?

In 1846 werd er als volgt geadverteerd en krijgen we een idee hoe de beroemde stalactieten verloren gingen of onaantrekkelijk werden: „De Baumannshöhle (…) is als een van de grootste bezienswaardigheden van de Harz wijd en zijd bekend en wordt voortdurend door een groot aantal reizigers bezocht. Haar ruime gewelven en grotten, de verscheidenheid aan vormen, geven haar de voorrang boven de meeste soortgelijke grotten, en geen Harzreiziger zou het moeten nalaten haar te zien. Ze is zo comfortabel ingericht dat ze met gemak en zonder gevaar zelfs door dames en kinderen bezocht kan worden. De gidsen verlichten haar op verzoek met talgkaarsen voor een kleine vergoeding. Een indrukwekkend effect biedt de verlichting met Bengaals vuur of Grieks vuur met raketten, lichtkogels enz. of het spelen van hoornmuziek in dezelfde. De gidsen nemen zulke regelingen graag op zich.“

Ter vergelijking

Matthäus Merian naar Conrad Buno, Ingang van de Baumannshöhle, 1654, kopergravure/ets, bladafmeting 14,5 x 19,1 cm, beeldafmeting 13 x 16,8 cm, uit: Topographie (Frankfurt/Main 1654)

Eingang Baumannhoehle , Buno
© Schloß Wernigerode GmbH

Uit de collecties van Schloß Wernigerode GmbH, collectie Bürger

Drie afbeeldingen wijdde Matthäus Merian in Frankfurt am Main in zijn topografie van het hertogdom Brunswijk uitsluitend aan de Baumannshöhle. Dat toont haar grote betekenis aan. Al in 1565 werd in Zürich voor het eerst iets over deze grot gedrukt. Dienovereenkomstig kwamen nieuwsgierigen van heinde en verre. Vijf personen toont de tekenaar Conrad Buno voor de grotopening; bezocht hij de grot niet alleen met een gids, maar misschien zelfs in een grotere groep samen met hertog August de Jongere?

Matthäus Merian naar Conrad Buno, Interieur van de Baumannshöhle, 1654, kopergravure/ets, bladafmeting 17,6 x 21,3 cm, beeldafmeting 13,5 x 16,8 cm, uit: Topographie (Frankfurt/Main 1654)

 Inneres der Baumannshöhle, Buno
© Schloß Wernigerode GmbH

Uit de collecties van Schloss Wernigerode GmbH, Collectie Bürger

Herken jij de vijf bezoekers met hun fakkels in de grot? Afgebeeld is de Goethesaal, die tegenwoordig deel uitmaakt van de rondleiding en gebruikt wordt voor theatervoorstellingen. Toen, toen de ingang hoger op de helling lag, vormde deze zaal het begin van de grottocht. De markante heuvel in deze ruimte heet het “Rößlein” en dient als oriëntatiepunt voor de vergelijking tussen toen en nu.