© Fotoweberei & Schloß Wernigerode GmbH

Scharzfeld Eenhoorngrot

1780

Het motief

Onze locatie is de historische, niet meer gebruikte toegang tot de Einhornhöhle. Tijdens een rondleiding door de grot kun je beneden staan en betoverd omhoog kijken. Het schilderachtige aan deze grot is juist deze bovengrondse ingang. Hij ligt direct aan de grote weg vanuit Scharzfeld, die in 1840 zelfs werd verhard voor een koninklijk bezoek. Deze oude toegang wordt tegenwoordig beveiligd door een hoog hek en een videocamera. Toen en nu is hij omgeven door een prachtig beuken-gemengd bos. Een snelle penseeltekening uit het jaar 1780 toont hem hier van buiten, halverwege – de tekenaar heeft dus het huidige roosterdeurtje achter zich – boven nog bomen, dan puinhelling en rots, één persoon nog op de trap, beneden al twee op de grond, op zoek naar botten. Voor de paleontologie, de wetenschap van versteende botten en fossielen, was en is de grot een vrijwel onuitputtelijk onderzoeksobject.

Men geloofde hier de fabelachtige botten van de nooit aangetoonde eenhoorn te hebben gevonden. Vermalen en gemengd met water en rode wijn gaven ze wonderbaarlijk genezende eenhoornmelk of eenhoornbloed. Dat gaf de “Dwergengrot” of “Scharzfelder Grot”, zoals ze tot dan toe heette, haar naam en trok de mensen steeds weer hierheen. De Einhornhöhle en de Baumannshöhle zijn de twee oudste bekende grotten van de Harz.

Einhornhöhle, Ramberg
© Niedersächsisches Landesmuseum, Foto: Dr. Karl Sanders
Johann Heinrich Ramberg

Kunstenaar

1780

ontstaan

Bruine penseeltekening, gelaveerd op velijn

27,1 x 36,9 cm

Nedersaksisch Landesmuseum

Bruikleen van het Museum August Kestner, Hannover, inv.nr. P. Hz. 203

Wandeltip

De huidige ingang van de grot bevindt zich direct aan de Karstwanderweg (witte K op rood vierkant) en is bereikbaar via een gang die ongeveer 100 jaar geleden werd gebouwd. Een bezoek aan de grot kan goed worden gecombineerd met een wandeling naar de Steinkirche en het kasteel Scharzfeld, die aan de Karstwanderweg liggen. Erg interessant is ook een rondwandeling van een half uur rondom de grot, langs de Brandköpfen en een andere, nu ingestorte ingang van de Neanderthaler, die hier aantoonbaar sinds het Oude Steentijdperk leefde.

Over de kunstenaar

Meer dan twintig tekeningen maakte de pas 17-jarige Johann Heinrich Ramberg (1763-1840) uit Hannover tijdens de reis door de Harz, die hij in 1780 samen met de oudere en plaatselijk bekende schilder Johann Friedrich Weitsch ondernam. Dapper stopte hij de bladen in een map en liet ze via de Hannoveraanse gezant aan de Engelse koning voorleggen. Nou ja, zijn vader was commercieraad en ze hadden connecties. De stunt lukte. De koning was zo onder de indruk dat hij de getalenteerde jongeman toestond in Londen aan de Royal Academy te studeren. Ramberg bleef daar negen jaar, en na zijn terugkeer was hij een succesvol tekenaar, illustrator – en tot dan toe in Duitsland iets nieuws: karikaturist. Hij raakte de smaak van een hele generatie en behoorde tot de groten van zijn tijd.

Ter vergelijking

Johann Friedrich Ramberg, Eenhoorn-grot van binnen, 1780, penseel in bruin, gewassen op velijn, 26,6 x 28,8 cm, Niedersächsisches Landesmuseum, bruikleen van het Museum August Kestner, Hannover, inv.nr. P. Hz. 204

Einhornhöhle, Ramberg
©  Niedersächsisches Landesmuseum, Foto: Dr. Karl Sanders

Deze tekening toont het uitzicht vanuit het binnenste van de grot terug naar de oude ingang. Dit uitzicht kun je aan het einde van een hedendaagse grotentocht hebben; de zaal heet Blauwe Grot. In 1780 was dit echter de voorhal. De in de zon oplichtende puntige rots op de voorgrond wordt zwijnenrug genoemd. De inval van het daglicht maakt deze ruimte tot op de dag van vandaag zo betoverend, omdat door het contact van de koude lucht van de grot met de buitenlucht altijd mist ontstaat. Johann Wolfgang Goethe noteerde hierover al: „Kalkgrot van boven verlicht; schilderachtig effect“.

Georg Melchior Kraus, Eenhoorn-grot van binnen, 10 augustus 1784, tekening met zwarte krijt, deels uitgeveegd, 20 x 32,8 cm, Klassik Stiftung Weimar/Musea, Goethes bezit, inv.nr. KHz/AK 2420 

Einhornhöhle, Kraus
© Einhornhöhle, Kraus

Het blad ontstond ter gelegenheid van Goethes derde reis naar de Harz, die hij samen met hertog Carl August, met Georg Melchior Kraus en baron von Stein ondernam. Kraus heeft deze vier personen ook in zijn tekening opgenomen. Verder hechtte hij waarde aan het geologische: het dolomietgesteente van de Harz, de kleigrond, weggespoeld miljoenen jaren geleden. De grot had al lang geen druipstenen meer, omdat die hier al waren afgehakt — men dacht dat het eenhoorns waren.