© Fotoweberei & Schloß Wernigerode GmbH

Oderteich

1803

Het motief

De Oderteich bij Torfhaus was een plek voor schilders, ook omdat hier belangrijke verbindingen in het Hoge Harz elkaar kruisten. Hier bevindt zich de oudste stuwdam van Duitsland en hij was bij zijn voltooiing in 1721 ook de grootste van het land. Dit record hield de Oderteich tot ver in het industriële tijdperk, tot 1891. De toen onvoorstelbare hoeveelheid van 1,75 miljoen kubieke meter water – één kubieke meter is 1000 liter – kan hij opslaan. De kosten waren vier keer zo hoog als gepland, maar het mijnbouwkantoor was tevreden, keurde alles goed, want het nut stond buiten kijf. De hoge Oderdam werd afgedicht – ook een innovatie – niet met aarde, maar met vastgestampte granietgruis.

Niet overstromingsbescherming was zijn doel, maar een watervoorraad voor de Nieuwe Rehberger Graben, die de hooggelegen mijnen van St. Andreasberg van waterkracht voor de molens voorzag. Het hele jaar door, dag en nacht ononderbroken, bijvoorbeeld in de Samsonmijn. De waterafvoer bij de Oderteich wordt tot op de dag van vandaag geregeld door het Striegelhaus op de dam.

Eeuwenlang was water de enige energiebron voor de mijnbouw. Water dat op de waterraderen sloeg en de keerwielen en de aandrijfmechanismen in beweging zette, het erts uit de schacht en alle mijnwerkers naar hun werkplekken ondergronds en weer naar boven bracht. Nog steeds drijft het water van de Rehberger Graben diep beneden in de Samsonmijn twee turbines aan.

 Oderteich, Eberlein
© Sammlung Bode, Hamburg
Johann Christian Eberlein

Kunstenaar

1803

ontstaan

bruin gewassen omtreketsting

Plaatgrootte 23,8 x 37,8 cm

Collectie Bode

Hamburg

Wandeltip

Eenmaal bij de Oderteich wordt een rondwandeling aanbevolen om ook de toevoer van de Oder en de uit de rots gehakte Große Ausflut te leren kennen (4 kilometer, 1 uur). Natuurlijk moet je ook naar beneden lopen naar de Rehberger Graben om dit moeilijkste waterbouwkundige werk van de Harz van dichtbij te leren kennen. (Rondwandeling om het Rehberger Moor met horecamogelijkheid in het Rehberger Grabenhaus, 12 kilometer)

Over de kunstenaar

Johann Christian Eberlein (1778-1814) publiceerde in 1802 en 1803, toen hij pas 23 en 24 jaar oud was, twee reeksen van elk vijf prenten met gezichten uit de Harz, waarvan ook ons beeld afkomstig is. Dat was een gewaagde onderneming, want hij was geen uitgever, maar een zelfstandig kunstenaar die tekenlessen gaf aan de universiteit van Göttingen, net als zijn vader. Een reeks (vijf bladen) moest vijf taler kosten in gewassen toestand. Dat was veel geld als je denkt aan de schilder Ernst Helbig, die geen twee zilveren stuivers belasting kon betalen. Een volgende innovatie van Eberlein was in 1804 voor zijn leerlingen een „Theoretisch-praktische handleiding om landschappen naar kopergravures, schilderijen en naar de natuur te tekenen en te kleuren“. Hij droeg het op aan de Beierse keurvorstelijke prins, met het uitstekende resultaat dat deze hem een beurs schonk voor een verblijf in Italië, waar hij negen jaar in den vreemde verbleef. Helaas stierf hij kort na zijn terugkeer naar Göttingen, slechts 36 jaar oud. Wie weet welke Harzgezichten we anders nog van hem hadden gekregen. Zijn prachtige tien Harz-platen kwamen echter terecht bij de Dresdense uitgeverij Morasch, die ze in gewijzigde vorm opnieuw uitgaf.

Ter vergelijking

Ludwig Thümling naar Ludwig Rohbock, De Oderteich, 1853, staalgravure, bladgrootte 15,2 x 23,2 cm, beeldgrootte 11 x 16 cm, uit: Het Koninkrijk Hannover en het Hertogdom Brunswijk voorgesteld in schilderachtige originele gezichten 

Oderteich, Rohbock
© Schloß Wernigerode GmbH

van zijn interessantste streken, uitgegeven door Gustav Georg Lange in Darmstadt en New York, 1853, uit de collecties van de Schloß Wernigerode GmbH 

Wie weet dat diep onder de Oderteich de Rehberger Graben ontspringt, waarvan de watertoevoer wordt geregeld door het Striegelhaus, kijkt anders naar de kraai die zich in de kou opblaast op de takken er net onder. Voor de toen benodigde energie in de zeven kilometer verder gelegen mijnbouw van St. Andreasberg was dit alles in tientallen jaren werk gecreëerd: de vijver, de dam met het Striegelhaus en de Nieuwe Rehberger Graben, en niet te vergeten de vele waterraderen in St. Andreasberg die het vallende water in beweging omzetten.

Heinrich Christoph Grape, Aan de Rehberger Graben, na 1802, albumblad, uitgegeven in Göttingen bij Johann Carl Wiederhold, ingekleurde ets, plaatgrootte 9,8 x 14,7 cm, Herzog August Bibliotheek Wolfenbüttel, 

Oderteich, Grabe
© Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel

Top. App. 2:257 boven

Studenten hielden van albumbladen die ze in elkaars vriendschapsalbums plakten en waarop ze in spreuken de mooie streken prezen die ze tijdens hun wandelingen ontdekten. De studenten uit Göttingen, die ook vaak in het nabijgelegen Harzgebergte onderweg waren, maakten deze mode tussen 1780 en 1830 bijzonder populair, en boekbinder Wiederhold verdiende er goed aan. Zelfs in Amerikaanse collecties zijn zijn bladen te vinden. Natuurlijk is ook de beroemde Rehberger Graben een motief.