Het motief
Onze schildersplek in het granietrotsenland van het Okertal is dit keer niet makkelijk te vinden. Maar de rots is nog bewaard gebleven, en als je hem eenmaal hebt gevonden, is het vergelijken des te leuker. Als eerste helpt de stroomrichting van de Oker – we kijken stroomafwaarts. Bovendien ligt de rots niet meer direct in het water, want de Oker is een beetje verlegd. Nu ligt er grond voor de rots, en in plaats van de rivier is er een greppel voor een van de vele industriemolens in het dal. Het is het gebied van de Kahberg-klip, niet ver van de Marienwand, waar de grootste rotsen van het Okertal aan het water liggen. Een comfortabeler wandelpad loopt in dit gedeelte ook langs de weg, waardoor je natuurlijk het mooiste mist.
De soms hoekige en gelaagde, soms rond afgesleten granietrotsen vormden voor de eerste schilders de belangrijkste bezienswaardigheid in het dal. Met de aanleg van de chaussee, de twee herbergen als noord- en zuidpool van het dal en de waterval vanaf 1863 kwamen er steeds meer bezoekers. Met de chaussee begon echter ook de industrialisatie. Tegenwoordig is het dalpad een tocht langs oude molens en fabrieken, stuwconstructies en indrukwekkende kanaalbouwwerken, die deels hoog boven het wandelpad zijn aangelegd.