© Fotoweberei & Schloß Wernigerode GmbH

Osterode Hohe Warte

1760

Het motief

Wie schilderachtige uitzichten zoekt, moet ook nadenken over de oude wegen. Wie de oude wegen wil vinden, moet zich losmaken van de hedendaagse omstandigheden en zich eeuwen terug verplaatsen. De Teufelswarte ten zuidoosten van Osterode is daar een goede plek voor. Ze ontstond in de 13e eeuw en maakte deel uit van een systeem van torens waarvan de wachters met elkaar in contact stonden en snel signalen konden doorgeven bij opvallende waarnemingen. Op de Uehrder Berg ten zuiden van Osterode stond al de volgende toren; de heren op het Oude Kasteel in Osterode, een rijksburcht, wilden natuurlijk op tijd geïnformeerd worden.

Natuurlijk stonden zulke wachttorens langs belangrijke wegen, ook al waren dit tot het einde van de 18e eeuw slechts karrensporen. De Teufelswarte lag aan de Hohe Straße, waarvan de naam op het traject Osterode-Düna tot op vandaag is behouden. De Hohe Straße of Via Regia was de grote oost-west-as van het rijk, en langs deze weg zijn zelfs Romeinse munten gevonden.

De schilders gebruikten de grote wegen met de postkoets of gingen te voet. Te groot was de onzekerheid buiten de bekende paden en het gevaar te verdwalen. Heeft de schilder hier misschien het Oude Kasteel in Osterode op de plaats van een wachttoren gezet en indrukken van een wandeling tot één schilderij samengevoegd?

Osterode, Weitsch
© Osterode, Weitsch
Pascha Johann Friedrich Weitsch

Kunstenaar

rond 1760

ontstaan

Olie op hout

21,3 x 17,3 cm

Stedelijk Museum

Braunschweig

Wandeltip

Een rondwandeling van Osterode via Düna en Ührde voert langs de Teufelswarte, de Uerderberg-Warte en het oude kasteel van Osterode. We kunnen nadenken over de topografie en de verbeeldingskracht van de schilder van onze wachttorenafbeelding, die een vierkante toren laat zien die hier nergens voorkomt. Het is een verrassend mooie tocht door een heuvelachtig landschap met uitzichten op de Harz vanuit het zuiden (ongeveer 15 kilometer, 3 uur, gedeeltelijk ook over het Karstwanderpad lopend)

Over de kunstenaar

Pascha Johann Friedrich Weitsch (1723-1803) deed alles met grote passie. Op 33-jarige leeftijd stortte hij zich als soldaat op de schilderkunst, vergat alles om zich heen en zat alleen maar te leren, want hij had niets behalve zijn talent. Maar van al dat binnen zitten werd hij erg ziek, en we danken de goede arts Benedikt Brückmann voor de juiste diagnose. Weitsch moest weer naar buiten, in de frisse lucht en wandelen, vele dagen en weken. Dat deed hij, en tijdens het lopen kreeg Weitsch ook het idee om Harz-motieven op porselein aan te brengen. Het verhaal van de artistieke ontdekking van de Harz begon dus rond 1760 met een doktersadvies dat nog steeds geldt voor iedereen die veel tijd in zijn kamer doorbrengt.

Wandelen maakt gezond, een waargebeurd verhaal

„[…] ik ben geen soldaat meer, maar nu schilder, God zij dank … en zo verliet hij na twaalf jaar dienst de militaire stand. – Zijn levendigheid en ijverige, voortdurende toewijding aan het schilderen, en dat nu velen tegelijk zaten te schilderen aan het porselein, brachten hem geleidelijk aan tot hypochondrie, zodat hij zelf niet wist wat hem ontbrak. – De lijfarts Brückmann, een vriend van hem door gezamenlijke kunstliefde, vond de oorzaak meteen en bracht hem weer op de been, want zijn krachten waren weg, en zo nam hij hem mee naar buiten, wat die enkele dagen met hem deed, totdat hij weer dagelijks alleen moest lopen, en zo weer tot zijn gewone gezondheid kwam. Hij had ook nooit een ernstige ziekte gehad. De voornaamste reden daarvoor was een vrolijke, gezonde aard en daarbij een strikte liefde voor orde in zijn eten en drinken – en onophoudelijk ijverig gewerkt tot kort voor zijn dood.”

(…) Tijdens de Zevenjarige Oorlog viel er bij de porseleinfabriek niet veel te verdienen, daarom schilderde de schilder W. altijd in olie en voorzag zo in het onderhoud van zijn gezin. In die tijd leed hij aan hypochondrie, wat hem deed geloven dat elke dag zijn laatste zou zijn. Na de oorlog werd door de hertog een tafelservies besteld waarvoor W. ook een proefbord moest schilderen. Hij had een naburig gebied van de stad Braunschweig afgebeeld en onder het bord de plaatsnaam geschreven. – Dit bord beviel de hertog zo goed dat hij wilde dat W. het hele servies zou beschilderen met steden, stadjes, ambten en dorpen uit het land van Braunschweig. – Daardoor werd zijn hypochondrie volledig verdreven, want hij maakte samen met een bode, die zijn spullen droeg, een voetreis langs de Wezer om steden en dorpen te tekenen ten behoeve van het servies.” (Opgetekend door de zoon van de schilder, 1815)

Ter vergelijking

August Freckmann, Hohe Warte (Teufelswarte), jaren 1920, olie op doek, reproductie: Heimat- en Geschiedenisvereniging Osterode, verblijf onbekend 

Georg Siegesmund Otto Lasius, Kurhannoverse landmeting, 1783, handtekening, Staatsbibliothek zu Berlin, Pruisisch cultureel erfgoed, sign. kaart N 25564 blad 143

Deze kaart valt op door haar grote zorgvuldigheid. Georg Siegesmund Otto Lasius (1752-1833) heeft hier een indrukwekkend werk afgeleverd. Op dit blad is het gebied van Bad Grund tot het Teufelsbad bij Osterode afgebeeld, maar hier wordt alleen het gedeelte van Osterode tot de Warte weergegeven. Opmerkelijk is dat de huidige Teufelswarte als „Halbe Warte” wordt aangeduid. Stond daar misschien een wachttoren waarvan nog maar de helft overeind stond, zoals Weitsch op zijn schilderij uit 1760 laat zien?

De kaart laat vooral zien dat de oude wegen over de hoogten liepen en niet door het moeras, zoals de huidige B 243, die pas in 1937 als rijksweg tussen Hildesheim en Nordhausen werd aangelegd. In die tijd lag er in het dal van de Apenke een veel dichtere reeks vijvers dan nu, waaronder al het Kleine en het Große Teufelsbad.
Hier, op de Hohe Straße tussen Herzberg en Osterode, reisde ook Johann Wolfgang von Goethe in augustus 1784, althans zijn zwaar beladen koets. Hijzelf reed te paard, zoals we weten.