© Fotoweberei & Schloß Wernigerode GmbH

Regenstein vanuit het zuidwesten

1887

Het motief

Met de schilderslocatie bij de Bastion Scharfe Ecke hebben we het meest voorkomende Regenstein-aanzicht ingenomen, dat echter maar door een derde van de vele voorstellingen werd gekozen. Misschien is de Regenstein de onbekende favoriet onder de schildersgezichten. De wand van de indrukwekkende zandsteenpiramide daalt 80 meter steil af, en bovenop troont een burcht. Deze werd vanaf 1671 tot een vesting uitgebouwd, maar tijdens de Zevenjarige Oorlog in februari 1758 door de Pruisen grondig verwoest. Daarbij ontplofte het kruitmagazijn. Sinds die tijd maken het geweld dat de berg werd aangedaan en zijn hardnekkige weerstand deel uit van de tot op heden levendige fascinatie voor de ruïne Regenstein.

Het late 18e eeuwse tijdperk heeft een voorkeur voor het uitzicht vanuit het dal, waarbij de rots als een brede cilinder verschijnt. De romantici met ervaring in Italië zien in het boomarme heuvellandschap, dat in de regenschaduw van de Harz ligt, een soort Duitse campagna: roodbruin het verbrande gras, paars het heidekruid en wit het zand – daarboven de blauwe hemel. Ook de Papenberge, de Heimburg en de Ziegenberg worden tot schilderlocaties. Het realisme van de Weimarer schilderschool ontdekt aan het einde van de 19e eeuw de door regen natte rots met het bruingroene mos en de sneeuw met de loodkleurige hemel erboven.
Een bijzonder idee voor zijn Regenstein-schilderij had hier de schilder en journalist Rudolf Cronau. Hij verzon rechts op de voorgrond een rots die in werkelijkheid niet bestaat.

Der Regenstein im Harz von Cronau
© wikimedia
Kaeseberg & Oertel naar Rudolf Cronau

Kunstenaar

1887

ontstaan

„De Gartenlaube“

naar houtgravure

Wandeltip

Natuurlijk moet de ontdekking beginnen met een bezoek aan de kasteel- en vestingruïne Regenstein. Buiten het museum waarvoor entree betaald moet worden, ligt de Scharfe Ecke, die je via een wandelpad kunt bereiken. Vervolgens is een uitgebreide wandeling naar de zandgrotten bij de Heers (stempelplaats Harzer Wandernadel) of naar de Papenberge aan te bevelen. Daarbij kun je je goed voorstellen dat daar, waar nu een eentonig dennenbos de Regenstein omringt, tot aan de Tweede Wereldoorlog een boomarme, extensieve weidelandschap overheerste.

Over de kunstenaar

Rudolf Cronau (1855–1939) verenigde in zich de verslaggever en de schilder. Als jonge kunstenaar begon hij in 1872 met illustraties voor het in Leipzig verschijnende tijdschrift „Die Gartenlaube“. Dat was het eerste geïllustreerde weekblad dat in die tijd in de ongelooflijke oplage van meer dan 300.000 exemplaren werd verkocht en daarom maar een paar stuivers kostte. Het werd Cronau’s belangrijkste opdrachtgever, bijna zijn speelveld. Hij verhuisde van Düsseldorf naar Leipzig, maar vertrok al in 1881 voor het eerst naar Amerika. Vanaf dat moment deed hij daar vooral verslag over. Over zijn ontmoeting met de Indiaanse opperhoofd Sitting Bull, over edele Duitse kolonisten, of over mammoetbomen in Californië. Een motief als de lokale Regenstein versterkte hij door het lichtflitsen van een onweersbui. Op de voorgrond tast een oud vrouwtje langs een rots, die overigens een uitvinding van Cronau is. Zijn tekst bij het schilderij begint heel pakkend: „In enorme, dreigende massa’s rijst aan de noordrand van de Harz een deels beboste, deels wild gespleten rots op, die de hele streek tussen Halberstadt en Quedlinburg beheerst: de Regenstein.“

Ter vergelijking

Max Merker, De Regenstein vanuit het zuidwesten, 1885, olie op karton, 46,5 x 70,5 cm, veilinghuis Mehlis GmbH

Regenstein, Merker
© Auktionshaus Mehlis GmbH, Foto: Falk Blum

Max Merker (1862-1928) is geboren in Weimar en groeide hier op tijdens de bloeiperiode van de Weimarer Malerschule als impressionistische en realistische landschapschool onder Theodor Hagen (1842-1919). Hij schilderde de Regenstein, de Teufelsmauer en de Papenberge in steeds nieuwe varianten en keerde er telkens weer terug. Daarbij had hij een voorkeur voor de herfst en de melancholische sfeer. Een stille weemoed loopt als een rode draad door zijn schilderijen.

Friedrich Kallmorgen, Rotsen bij de Regenstein, 1881, olie op triplex, 40,6 x 57,6 cm, Schloss Wernigerode GmbH, inventarisnr. Ge 000123, te zien in de permanente tentoonstelling 

 Regenstein, Kallmorgen
© Schloß Wernigerode GmbH

Friedrich Kallmorgen (1856–1924) is de wereldse schilder die door Europa reist en op alle tentoonstellingen vertegenwoordigd is. Geen wonder, hij komt uit een Hamburgse koopmansfamilie. Overal neemt hij indrukken op, eerst aan de academies van Düsseldorf en Karlsruhe, daarna in Berlijn, en vervolgens in Frankrijk, België en Nederland. Als persoon vormt hij het tegenbeeld van de stille, gevoelige Max Merker uit Weimar, die slechts een paar jaar jonger is. In 1901 wordt Kallmorgen benoemd tot professor in Berlijn als opvolger van Eugen Bracht. Het schilderij van een rots bij de Regenstein, mogelijk bij de Große Papenberg, ontstond echter twintig jaar eerder – een vlot virtuoos werk van de vijfentwintigjarige, die de charme van een grijze sneeuwdag tot onderwerp maakt.