Het motief
Het Okerdal heeft twee uiterste punten met betrekking tot herbergen, waartussen zich over een wandeling van anderhalf uur een Saksisch Zwitserland van graniet uitstrekt. De noordpool van de Oker is het boshotel, maar de zuidpool is Romkerhall.
Onze locatie bevindt zich aan de bovenkant van de Romkerhall-waterval, die zich hier, als de langste waterval van de Harz, 64 meter diep naar beneden stort. De waterval werd in 1863 aangelegd door herbergier Lüer. Hiervoor werd bovenaan water van de Kleine Romke afgeleid en via een greppel, waarlangs je goed kunt wandelen, naar de Romkerklif geleid. De herbergier had in datzelfde jaar 1863 zijn herberg voltooid en verwachtte veel gasten. En waarom ook niet: de weg door het Okerdal was enkele jaren daarvoor, met veel moeite en door het opblazen van vele rotsen, uitgebreid, zodat men nu met een koets kon reizen. De inwoners van Harzburg hadden dat in 1859 al voorgedaan met hun Radau-waterval, die op een strategisch gunstige plek aan de weg was aangelegd, met een herberg ernaast, en een geliefd uitstapdoel voor kuurgasten was geworden. Een dergelijke toeristische toestroom werd ook in het Okerdal bereikt, en in watervalschaduwhoge wist men de Harzburger waterval ruimschoots te overtreffen. De herbergier van Romkerhall liet in de jaren 1930 zelfs een folder drukken waarin de waterval werd geprezen als “het symbool van het Okerdal”.
En aangezien op A altijd B volgt, is het Okerdal ook ontwikkeld tot een doorgaande weg voor autoverkeer. Er is hier een grote parkeerplaats die in zomerse weekenden regelmatig overvol is.