Wat maakte Falkenstein zo fascinerend? Het kasteel is een groot complex dat zelfs door middeleeuwse keizers werd bezocht en waarin alle kasteelelementen bewaard zijn gebleven: voorburcht, buitenmuur, donjon en hoofdgebouw. Het herbergde beroemde personen; Eike von Repgow zou hier zijn ‘Sachsenspiegel’ hebben geschreven, het belangrijkste wetboek van de middeleeuwen tot in de nieuwe tijd. Maar de Falkenstein biedt ook een bijzondere natuurbeleving: volgens oude reisgidsen zou je vanaf de donjon zelfs de Inselsberg en Erfurt kunnen zien, wat waarschijnlijk wat overdreven is. Waar is echter dat het kasteel verheven boven het Selkedal ligt, midden in uitgestrekte loofbossen en toch centraal: vanuit Mägdesprung of Ballenstedt heb je twee tot drie uur wandelen nodig. Bovendien is de herfst elk jaar een geweldige schilder, en de zachtgroene lente niet minder. Een kleine helling ten oosten van het kasteel biedt een verrassend volledig uitzicht op de burcht. Niet in de laatste plaats zorgde de kasteeleigenaar al rond 1800 voor het behoud van het gebouw en voor een drankvoorziening, zelfs voor de overnachting van wandelaars. Hij stelde speciaal een opzichter aan voor rondleidingen door het kasteel.
Het is dus zoals zo vaak de combinatie die het bijzonder maakt. Daarom kwamen ze van overal vandaan: uit Dresden bijvoorbeeld Adrian Ludwig Richter of Ernst Ferdinand Oehme. Uit Hamburg kwamen Jacob Gensler en Friedrich Wasmann, uit Berlijn Carl Blechen of Adolph Menzel, talrijke uit Düsseldorf, uit Kassel Adolph Carl of uit Thüringen Ferdinand Bellermann en Carl Hummel, om alleen de bekendste te noemen. Elk schilderij vergrootte op zijn beurt de roem van de Falkenstein. Overigens was het kasteel ook het decor voor vele DEFA-sprookjesfilms en heeft het zo het beeld van een middeleeuws kasteel gevormd voor de hedendaagse generaties.